Bij ABS Advies staat u als klant centraal. Daarom luisteren wij naar u.

Wij ondersteunen bedrijven op de manier met de dienstverlening waar zij behoeften aan hebben. De kracht van van ons kantoor ligt dan ook in onze betrokkenheid en persoonlijke benadering.

Laatste Nieuws

Deadline publicatieverplichting

Vervroegde deadline publicatieverplichting WAGENINGEN - Diverse rechtsvormen (zoals BV's, NV's en coöperaties) dienen jaarlijks een jaarrekening te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Indien uw organisatie een 'd...

Lees verder

Uw BV klaar voor de flex-BV

De nieuwe wet over de flex-BV heeft ook gevolgen voor ondernemers die nu al een BV hebben. ABS Belastingadvies- administratiekantoor b.v. legt uit wat de ...

Lees verder

Belastingtarieven 2013

SamenvattingDe Eerste Kamer heeft op 18 december 2012 de wetsvoorstellen Belastingplan 2013 en Overige fiscale maatregelen 2013, de Wet elektronische registratie notariële akten EN de ...

Lees verder

Wetsvoorstellen

Wegens de aangekondigde bezuinigen alsmede de aangekondigde administratieve lastenvermindering, heeft het aangeboden fiscaal pakket zeker invloed op uw onderneming (eenmanszaken, v.o.f. en B.V.). Ook heeft he...

Lees verder

Tips voor Algemene Voorwaarden

Om conflicten te voorkomen is het gebruik van Algemene Voorwaarden absoluut aan te raden. Dat zijn uw standaard voorwaarden die gelden bij uw offertes, overeenkomsten ...

Lees verder

UP TO DATE

Wij denken met u mee

Als klant van ABS Advies kunt u rekenen op gedegen kennis en een pro-actieve houding. Tegelijkertijd proberen
wij onze informele sfeer te behouden. Op deze manier denken wij als professionele dienstverlener graag
met u mee! Dit nieuwsgedeelte op de site is hier een goed voorbeeld van.

Heeft u naar aanleiding van deze nieuwsberichten behoefte aan deskundig advies? Neem dan gerust contact
met ons op.



Vervroegde deadline publicatieverplichting

WAGENINGEN - Diverse rechtsvormen (zoals BV's, NV's en coöperaties) dienen jaarlijks een jaarrekening te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Indien uw organisatie een 'deponeringsplicht' kent, doet u er verstandig aan hier tijdig aan te voldoen. Houd daarbij rekening met het effect van de Flex BV-wetgeving.

  • Uiterlijke datum voor deponeren is 31 januari aanstaande
  • Wetgeving Flex-BV vervroegt mogelijk de uiterste deponeringsdatum

Van opmaken naar openbaar maken
Opmaken
Het bestuur van de rechtspersoon dient een jaarrekening op te maken. Dit geldt ook in het geval de jaarrekening door de accountant is voorbereid of samengesteld. Het opmaken van de jaarrekening van een BV dient te geschieden jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. Deze termijn kan door de Algemene Vergadering, op grond van bijzondere omstandigheden, met zes maanden worden verlengd.

De opgemaakte jaarrekening moet binnen de wettelijke termijn ter inzage worden gelegd voor de aandeelhouders. Hierbij mag rekening worden gehouden met de eerder genoemde verlenging.

Vaststellen
De Algemene Vergadering (van aandeelhouders) dient de opgemaakte jaarrekening vast te stellen. Deze vaststelling dient binnen twee maanden na opmaken te geschieden.

Openbaar maken
De vastgestelde jaarrekening wordt openbaar gemaakt door deponering bij het handelsregister van de KvK. De deponering geschiedt uiterlijk 8 dagen na vaststellen van de jaarrekening, maar niet later dan 13 maanden na afloop van het boekjaar. De jaarrekening waarvan het boekjaar 2012 gelijk is aan een kalenderjaar, dient derhalve uiterlijk 31 januari 2014 te zijn gedeponeerd.

Vervroegde deadline
Let op: hebt u een BV waarvan alle aandeelhouders tevens bestuurder van de vennootschap zijn? Indien er niet statutair is afgeweken van de nieuwe bepaling in het Burgerlijk Wetboek, geldt dat opmaak van de jaarrekening tevens geldt als vaststelling. Hiermee vervalt dus de twee maanden van vaststellen en moet de jaarrekening uiterlijk 8 december 2013 zijn gedeponeerd.

Wat als u niet (tijdig) deponeert?
De deponeringsplicht is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Het niet deponeren is een economisch delict. Bij een faillissement van de onderneming kunnen de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden als de jaarrekening niet (op tijd) is gedeponeerd. Ook kan er een strafrechtelijke veroordeling door de rechter uit voortvloeien. U kunt hiervoor een boete van enkele duizenden euro's krijgen.

Als uw jaarrekening 2012 nog moet worden opgemaakt en u maakt daarbij gebruik van de expertise van uw accountant, zorgt u er dan voor dat uw financiële stukken tijdig aangeleverd worden. ABS Advies-administratiekantoor helpt u hiermee graag verder.

 
Uw BV klaar voor de flex-BV
maandag 02 juli 2012 08:38   

De nieuwe wet over de flex-BV heeft ook gevolgen voor ondernemers die nu al een BV hebben. ABS Belastingadvies- administratiekantoor b.v. legt uit wat de gevolgen zijn voor bestaande BV’s en geven advies over acties die ondernemers nu alvast kunnen nemen. Zoals bekend treedt de nieuwe wetgeving over de flex-BV per 1 oktober 2012 in werking.

• Nieuwe wet automatisch op BV van kracht
• Statuten moeten worden aangepast
• Verstandig om te wachten met BV oprichten

Gevolgen voor bestaande BV’s
De nieuwe wetgeving zal ook gelden voor BV’s die al vóór 1 oktober 2012 zijn opgericht. De wet wordt automatisch op die BV’s van kracht zodat er op dit moment in principe niets hoeft te worden geregeld.

Wel is het zo dat in veel statuten allerlei bepalingen staan uit de huidige wetgeving. Sommige van deze bepalingen zullen direct en automatisch komen te vervallen. Andere statutaire regelingen zullen echter wel van kracht blijven, ook al hoeven die regelingen volgens de nieuwe wet niet meer opgenomen te worden.

Aanpassen statuten
Om na 1 oktober van alle nieuwe regelingen optimaal gebruik te kunnen maken, zullen in de meeste gevallen de statuten aangepast moeten worden aan de nieuwe regeling. Dit kan echter pas na 1 oktober en hoeft ook alleen als u de nieuwe regeling (bijvoorbeeld bij terugbetaling aandelenkapitaal) wilt gaan gebruiken.

Slechts in bijzondere situaties zal voor 1 oktober 2012 actie ondernomen moeten worden. Daarover – en over de fiscale gevolgen van de wetswijziging – informeren wij u nog vóór 1 oktober.

Wat als u een BV wilt gaan oprichten of de statuten wilt gaan wijzigen

Het vervelende is dat de nieuwe regeling pas gebruikt kan worden als de nieuwe wet in werking is getreden. Dit is pas het geval op 1 oktober 2012. Tot die tijd gelden gewoon de huidige regels.
Als er geen haast is, is het daarom verstandig te wachten tot 1 oktober voordat u de nieuwe BV gaat oprichten of de statuten gaat wijzigen.

In sommige gevallen zal het niet mogelijk of gewenst zijn om te wachten. Voor die situaties geldt dat het dan het beste is om in de statuten die nu worden opgesteld, ook rekening te houden met de nieuwe wetgeving. Dit zal altijd in overleg met de notaris moeten gebeuren.

Actiepunten
Bij bestaande BV’s hoeft op dit moment in principe geen actie te worden ondernomen als gevolg van de nieuwe wetgeving. Alleen in bijzondere gevallen zal dit nodig zijn, maar daar komen wij later op terug.

Twee actiepunten kunnen wij alvast noemen:
- Wilt u dividend uitkeren, doe dat dan nog vóór 1 oktober. U heeft dan niet te maken met de nieuwe uitkeringstoets.

- Wilt u een BV oprichten of statuten wijzigen, wacht daar dan bij voorkeur mee tot na 1 oktober zodat de nieuwe regels in één keer in de statuten kunnen worden verwerkt.

 

Flex-BV voordelig voor kleine ondernemer

Voor kleine en startende ondernemers wordt het op korte termijn makkelijker om een BV op te richten. De Eerste Kamer heeft namelijk het wetsvoorstel voor de invoering van de flex-BV aangenomen. De wetgeving zal per 1 oktober 2012 in werking treden. Wij zetten de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.

• Startkapitaal van € 18.000,- afgeschaft
• Inrichting onderneming wordt veel flexibeler
• Mogelijkheid om met statuten van wet af te wijken


Het huidige Nederlandse BV-recht is aan veel regels onderworpen en weinig flexibel. Met de nieuwe wetgeving wordt het huidige BV-recht voor zowel bestaande als nieuwe BV’s aangepast.

Oprichting BV eenvoudiger
De belangrijkste wijziging is de afschaffing van het minimumkapitaal van € 18.000,- als startkapitaal. Ondernemers kunnen in het nieuwe systeem voortaan zelf kiezen welk bedrag zij bij de oprichting van de BV inbrengen. Daarnaast worden de verplichte bankverklaring en accountantsverklaring bij inbreng in natura afgeschaft.

Meer vrijheid bij inrichting onderneming
Ondernemers krijgen meer vrijheid bij de inrichting van hun onderneming. Er is een ruimere mogelijkheid om in de statuten af te wijken van de wet. Een bedrijf kan bijvoorbeeld vastleggen dat iedere aandeelhouder zijn eigen bestuur benoemt of bepalen dat er stemrechtloze aandelen worden uitgedeeld. Ook is er meer gelegenheid om besluitvorming buiten de algemene vergadering te laten plaatsvinden.

Afschaffing blokkeringsregeling

De huidige blokkeringsregeling bepaalt dat wanneer een aandeelhouder zijn aandelen wil verkopen, hij daar goedkeuring voor nodig heeft van zijn mede-aandeelhouders of de aandelen eerst moet aanbieden aan zijn mede-aandeelhouders.

Deze regeling wordt afgeschaft: aandeelhouders mogen voortaan zelf bepalen of ze de overdracht van aandelen willen beperken.

Crediteuren worden beter beschermd
Volgens de nieuwe regeling mag geen winst meer worden uitgekeerd wanneer duidelijk is dat het bedrijf haar schulden niet kan blijven betalen. Voordat het dividend wordt uitgekeerd moet het bestuur toetsen of dit wel mag. Als het bestuur hierin onzorgvuldig handelt, kan het aansprakelijk gesteld worden. In verband met deze uitkeringstoets zullen naar verwachting het aantal procedures over bestuurdersaansprakelijkheid toenemen.

Verbetering van de geschillenregeling
De huidige geschillenregeling voor geschillen tussen aandeelhouders is erg complex en tijdrovend. De nieuwe regeling zorgt voor vereenvoudiging van deze procedures.

Indien u verder nog vragen heeft over de nieuwe wetgeving en overige zaken dan staat ABS Belastingadvies- administratiekantoor b.v. graag klaar deze te beantwoorden. U kunt hiervoor contact opnemen met een van onze adviseurs.

 

 
Belastingtarieven 2013
donderdag 22 december 2011 10:56   

Samenvatting
De Eerste Kamer heeft op 18 december 2012 de wetsvoorstellen Belastingplan 2013 en Overige fiscale maatregelen 2013, de Wet elektronische registratie notariële akten EN de Wet herziening fiscale behandeling eigen woning aangenomen. Daags daarna heeft het ministerie van Financiën de nieuwe belastingcijfers voor het jaar 2013 bekendgemaakt met onder meer nieuwe belastingtarieven, schijflengtes, aftrekposten en heffingskortingen. In deze publicatie leest u de gevolgen voor de loonbelasting en de inkomstenbelasting.

1. Inkomstenbelasting

Tarief box 1 (belastbaar inkomen uit woning en werk)
IB = tarief inkomstenbelasting; PVV = tarief premies volksverzekeringen; IB/PVV = gecombineerd tarief inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen

Jonger dan 65 jaar
Belastbaar inkomen
- 0 t/m € 19.645: IB = 5,85%; PVV = 31,15%; IB/PVV = 37%
- meer dan € 19.645 t/m € 33.363; IB = 10,85%; PVV = 31,15%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 33.363 t/m € 55.991; IB = 42%; PVV = 0%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 55.991; IB = 52%; PVV = 0%; IB/PVV = 52%

65 jaar (geboren in 1946)
De tarieventabel is vrijwel gelijk aan die voor personen van 66 jaar en ouder. Het bevat alleen een iets kortere tweede tariefschijf (€ 33.363 i.p.v. € 33.555).
66 jaar en ouder (geboren voor 1 januari 1946)
Belastbaar inkomen
- 0 t/m € 19.645; IB= 5,85%; PVV= 13,25%: IB/PVV= 19,1%
- meer dan € 19.645 t/m € 33.555; IB = 10,85%; PVV = 13,25%; IB/PVV = 24,1%
- meer dan € 33.555 t/m € 55.991; IB = 42%; PVV = 0%; IB/PVV = 42%
- meer dan € 55.991; IB= 52%; PVV = 0%; IB/PVV = 52%

Tarief box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang)
Voor het jaar 2013 blijft het tarief voor inkomsten in box 2 ongewijzigd en bedraagt 25%.

Tarief box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen)
Het tarief voor inkomsten in deze box blijft 30% te berekenen over een forfaitair rendement van 4% van de grondslag sparen en beleggen.

Heffingskortingen
De algemene heffingskorting voor 2013 gaat met € 32 omlaag tot € 2.001 voor personen jonger dan 65 jaar. Voor personen van 65 jaar en ouder gaat de algemene heffingskorting met € 100 omhoog naar € 1.034. Voor partners bestaat een bepaalde regeling waarbij de belastingdienst de algemene heffingskorting onder voorwaarden maandelijks rechtstreeks uitbetaalt aan de niet of weinig verdienende partner. Voorwaarde hierbij is dat de partner na aftrek van de eigen heffingskorting wel belasting en premie is verschuldigd. Deze overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting wordt afgebouwd in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat in 2013 maximaal € 1.334 van de algemene heffingskorting mag worden overgedragen aan de minstverdienende partner. De beperking van de uitbetaling geldt niet indien de belastingplichtige die zijn heffingskorting niet volledig gebruikt, geboren is voor 1-1-1963 of indien er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn. Voor deze groepen blijft - als ook aan de andere voorwaarden is voldaan - de uitbetaling voor 100% gehandhaafd.

Werkbonus
Nieuw in 2013 is de invoering van een werkbonus van maximaal € 1.100 voor werkenden tussen 60 en 64 jaar. Dit maximum geldt bij een inkomen vanaf 100% tot 120% van het wettelijk minimumloon (wml). Boven 120% van het wml wordt de werkbonus lineair afgebouwd tot nihil bij 175% van het wml.

Arbeidskorting
Iedereen met inkomsten uit tegenwoordige arbeid heeft recht op de arbeidskorting. De arbeidskorting lagere inkomens bedraagt € 1.723 voor werkenden tot 65 jaar en € 890 voor werkenden van 65 jaar en ouder. De arbeidskorting hogere inkomens bedraagt € 550 voor werkenden tot 65 jaar en € 284 voor werkenden van 65 jaar en ouder.

Reisaftrek
Voor het regelmatige woon-werkverkeer met het openbaar vervoer bestaat in 2013 onder voorwaarden recht op de reisaftrek van maximaal € 2.036.

Reiskostenvergoeding
De maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers blijft in 2013 ongewijzigd € 0,19 per kilometer, ongeacht het vervoermiddel. Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan de werkgever kiezen: maximaal € 0,19 per kilometer belastingvrij vergoeden of de werkelijke reiskosten belastingvrij vergoeden.

Privégebruik auto van de zaak (via de loonbelasting)

Als het privégebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto meer bedraagt dan 500 kilometer per jaar, volgt een bijtelling op het loon. Voor ondernemers geldt een vergelijkbare regeling waarbij voor het privégebruik van de auto van de zaak een onttrekking (winstuitdeling) wordt aangenomen. Gemakshalve spreken we hierna van een bijtelling.
De vier tarieven voor de (minimum)bijtelling van de auto van de zaak blijven voor 2012 ongewijzigd, maar de CO2-grenzen worden aangescherpt:
- 0% voor auto’s met een CO2-uitstoot van minder dan 51 gr/km, (bijvoorbeeld elektrische auto’s) die in 2012 tot en met 2014 worden aangeschaft. De 0%-bijtelling geldt voor 60 maanden. Op auto’s die al voor 1 januari 2012 zijn aangeschaft en niet meer dan 50 gr/km CO2 uitstoten, geldt voor zover ze daar nog geen recht op hadden, vanaf 1 januari 2012 tot 1 januari 2017 een bijtelling van 0%. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende 60 maanden een bijtelling van 7%. (Het huidige onderscheid in CO2-grenzen voor benzine en diesel gaat geleidelijk verdwijnen en vervalt per 2015 in zijn geheel.)
- 14% voor zeer zuinige auto' s met een CO2-uitstoot vanaf 51 – 95 gr/km bij een auto die niet op diesel rijdt óf 50 -88 gr/km bij een auto die op diesel rijdt;
- 20% voor zuinige auto's met een CO2-uitstoot vanaf 96 – 124 gr/km bij een auto die niet op diesel rijdt óf 88 – 112 gr/km bij een auto die op diesel rijdt;
- 25% voor alle andere auto's.
Er geldt nog een overgangsregeling voor auto’s met een 14% of 20% bijtelling waarbij deze bijtellingspercentages onder voorwaarden tot 1 juli 2017 van toepassing kunnen blijven

Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de werknemer de bestelauto niet kan gebruiken buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten bedrijfsterrein. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privégebruik opleggen aan de werknemer. Hierbij is vereist dat hij controle uitoefent op de naleving van het verbod en een passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden. Een werknemer die een bestelauto van de zaak uitsluitend zakelijk gebruikt, kan vanaf 1 januari 2012 gebruikmaken van de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto waardoor loonbijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak achterwege kan blijven. En er hoeft geen rittenregistratie te worden bijgehouden.

Hypotheekrenteaftrek
Met ingang van 1 januari 2013 geldt de hypotheekrenteaftrek alleen voor hypotheken met een ten minste annuïtair aflossingsschema van 30 jaar. Voor mensen die op 31 december 2012 een eigen woning en een eigenwoningschuld hadden, blijft de hypotheekrente aftrekbaar ook al wordt op de betreffende lening niet afgelost. Dit geldt ook bij het oversluiten van deze lening in of na 2013.

Eigenwoningforfait
De forfaitpercentages voor het jaar 2013 zijn als volgt:
- WOZ-waarde niet meer dan € 12.500: nihil;
- WOZ-waarde is meer dan € 12.500 maar niet meer dan € 25.000: 0,20%;
- WOZ-waarde is meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 50.000: 0,35%;
- WOZ-waarde is meer dan € 50.000 maar niet meer dan € 75.000: 0,45%;
- WOZ-waarde is meer dan € 75.000 maar niet meer dan € 1.040.000: 0,60%;
- WOZ-waarde is meer dan € 1.040.000: € 6.240 plus 1,55% van WOZ-waarde boven € 1.040.000.

Kapitaalverzekering eigen woning

Voor de uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (box 1) kunnen de volgende vrijstellingen van toepassing zijn:
- bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling: maximaal € 35.700;
- bij 20 jaar of meer premiebetaling: maximaal € 157.000;
In beginsel kan de totale vrijstelling nooit meer bedragen dan € 157.000 per belastingplichtige gedurende zijn leven.
Per 1 januari 2013 vervalt de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning voor mensen die op 31 december 2012 niet een dergelijk product hadden. Voor bestaande gevallen blijft het fiscale regime voor de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning bestaan. In die gevallen kan de kapitaalverzekering eigen woning de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning niet meer worden verhoogd.

Verhuisregeling hypotheekrenteaftrek
De maximale termijn voor behoud van hypotheekrenteaftrek bij verkoop van de voormalige eigen woning is drie jaar en geldt nog voor het belastingjaar 2013. Dit betekent dat indien de woning in 2010 te koop is gezet, nog recht op hypotheekrenteaftrek bestaat in 2013. Daarnaast blijft ook in het belastingjaar 2013 de maximale termijn voor het verkrijgen van hypotheekrenteaftrek voor de nog leegstaande toekomstige eigen woning (bijvoorbeeld in aanbouw) drie jaar. Dit betekent dat in 2013 recht op hypotheekrenteaftrek bestaat voor een leegstaande woning die uiterlijk in 2016 de eigen woning zal worden.

Herleven hypotheekrenteaftrek voormalige eigen woning na tijdelijke verhuur
Sinds 1 januari 2010 kan de hypotheekrenteaftrek voor de te koop staande voormalige eigen woning herleven na een periode van tijdelijke verhuur. De hypotheekrente kan na de verhuur nog worden afgetrokken tot maximaal de resterende termijn van de verhuisregeling. Deze tijdelijke maatregel wordt verlengd met een jaar en geldt tot en met 2013

Aftrek rente financiering restschuld
Met ingang van 1 januari 2013 bestaat ook recht op aftrek van rente op restschuld die is ontstaan na 29 oktober 2012 maar voor 1 januari 2018. Een restschuld ontstaat indien de verkoopprijs van de woning lager ligt dan de op de woning rustende eigenwoningschuld. Recht op aftrek bestaat ook als er geen eigen woning meer is. De aftrek geldt voor een periode van 10 jaar na het moment van het ontstaan van de restschuld.

Heffing in box 3
Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen bestaat recht op een heffingvrij vermogen. Voor het jaar 2013 blijft het heffingvrije vermogen onveranderd op € 21.139. Fiscale partners kunnen de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (zijnde de gezamenlijke rendementsgrondslag voor zover die meer bedraagt dan het gezamenlijke heffingvrije vermogen) in elke gewenste verhouding onderling toebedelen.


2. Loonbelasting

Vervallen van spaarloon en levensloopregeling

Per 1 januari 2013 is de levensloopregeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. Voor deelnemers met een saldo van minder dan € 3.000 op 31 december 2012 valt het tegoed vrij aan het begin van het jaar 2013. Bij die vrijval wordt belasting geheven over 80% van het tegoed op 31 december 2011 en worden de in het verleden opgebouwde rechten op de levensloopverlof korting in aanmerking genomen.

Bij een tegoed van € 3000 of meer op 31 december 2012 kan men tot het jaar 2022 gebruik blijven maken van de levensloopregeling. Vanaf het jaar 2013 vervalt de voorwaarde dat het levenslooptegoed slechts voor verlof opgenomen kan worden. Indien het volledige tegoed in 2013 opgenomen wordt, wordt slechts 80% van de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak op 31 december 2011 in aanmerking genomen voor de belastingheffing. Het meerdere wordt wel volledig belast. Bij de belastingheffing worden ook de in het verleden opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting in aanmerking genomen.

Werkkostenregeling
Per 1 januari 2011 is een nieuwe regeling ingevoerd: de werkkostenregeling. Door deze regeling kan, naast een aantal gerichte vrijstellingen, maximaal 1,5% van het totale fiscale loon (de ‘vrije ruimte’) worden besteed aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte (en afgezien van de gerichte vrijstellingen) moet de werkgever loonbelasting betalen in de vorm van een (gebruteerde) eindheffing van 80%.

De werkkostenregeling komt in de plaats van de huidige regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Het is nog niet verplicht gebruik te maken van de werkkostenregeling. Tot en met 2013 mag ieder jaar gekozen worden voor de werkkostenregeling of voor de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen.
Na 2013 geldt de werkkostenregeling voor alle werkgevers.
 
Wetsvoorstellen
| Afdrukken |

Wegens de aangekondigde bezuinigen alsmede de aangekondigde administratieve lastenvermindering, heeft het aangeboden fiscaal pakket zeker invloed op uw onderneming (eenmanszaken, v.o.f. en B.V.). Ook heeft het fiscaal pakket invloed op uw privé leven.

De wetsvoorstellen zullen (tenzij anders is aangegeven) per 1 januari 2012 in werking treden mits deze ongewijzigd worden aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer.

 

Hieronder treft u de volgende onderwerpen:

1. Afschaffen van diverse kleine belastingen

2. Research & Development aftrek

3. Zelfstandigenaftrek

4. Tijdelijke verlaging tarief overdrachtsbelasting

5. Vitaliteitspakket

- Vervanging arbeidskorting ouderen en doorwerkbonus door werkbonus

- Vitaliteitssparen

- Afschaffing levensloopregeling per 2012

- Afschaffing spaarloonregeling per 2012

6. Verruiming partnercriteria voor samengestelde gezinnen

7. Verlaging drempel aftrek scholingsuitgaven

8. Kindregelingen

9. Verduidelijking afdrachtvermindering onderwijs bbl

10. Vereenvoudiging gegevensverkeer met inhoudingsplichtigen

11. Actieve informatieverplichting

12. EIA/MIA/VAMIL-meldingen volledig digitaal

13. Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM)

14. Bijtelling loon- en inkomstenbelasting

15. Bijtelling LB/IB bestelauto's

16. Btw-heffing privégebruik auto van de zaak

1. Afschaffen van diverse kleine belastingen

Het totaal aantal belastingen wordt teruggebracht van 22 naar 15. Per 1 januari 2012 zullen de afvalstoffenbelasting en de grondwaterbelasting worden afgeschaft. Per 1 januari 2013 zullen worden afgeschaft: de belasting op pruim- en snuiftabak, de belasting op alcoholvrije dranken, de belasting op leidingwater, de verpakkingenbelasting en het Eurovignet.

 

2. Research & Development aftrek

Er komt een Research & Development aftrek (RDA). De RDA behelst een nieuwe generieke fiscale faciliteit die tot doel heeft de directe kosten van R&D, niet zijnde loonkosten (die al worden gefacilieerd via de S&O-afdrachtvermindering), te verlagen. De RDA is op dit moment nog niet uitgewerkt, maar wordt later via een nota van wijziging in het Belastingplan 2012 opgenomen. Vanaf 2013 is een structureel budget van € 100 mln beschikbaar voor een RDA+, een kenniswerkersmobiliteitsregeling en een mogelijke verhoging van de S&O-afdrachtvermindering. De RDA+ bestaat uit een extra aftrekpost in de Vpb voor de bijdrage van bedrijven aan privaat-publieke topinstituten (PTI's) op het gebied van innovatie.

 

3. Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek die nu acht schijven heeft, wordt omgezet in een vaste basisaftrek van € 7.280. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd. In dit kader werd aangekondigd dat de regering een verkenning gaat doen naar de invoering van een winstbox.

 

4. Tijdelijke verlaging tarief overdrachtsbelasting

Het tarief van de overdrachtsbelasting is voor de verkrijgingen van woningen met ingang van 15 juni 2011 verlaagd van 6% naar 2%. Deze maatregel, die gedeeltelijk wordt gefinancierd uit het vitaliteitspakket en gedeeltelijk uit de invoering van een bankenbelasting, vervalt per 1 juli 2012.

5. Vitaliteitspakket

Op grond van het vitaliteitspakket verdwijnen de arbeidskorting voor ouderen, de doorwerkbonus, de spaarloonregeling en de levensloopregeling. Daarvoor in de plaats komen een werkbonus en een mogelijkheid tot vitaliteitssparen.

 

Vervanging arbeidskorting ouderen en doorwerkbonus door werkbonus

Belastingplichtigen van 57 jaar en ouder die arbeidsinkomen genieten, hebben vanaf 2012 geen recht meer op de arbeidskorting. Er komt in 2013 een nieuwe werkbonus van maximaal € 3.000 voor werkende 62-plussers. De werkbonus sluit qua vormgeving en wetgeving aan bij de huidige arbeidskorting voor ouderen in de loon- en inkomstenbelasting. In verband hiermee worden de opbouwpercentages van de doorwerkbonus in 2012 aangepast en wordt de doorwerkbonus per 1 januari 2013 geheel afgeschaft.

Vitaliteitssparen

Voor 2013 wordt in de IB een nieuwe spaarfaciliteit ingevoerd voor binnenlands belastingplichtigen die arbeidsinkomen genieten. Vitaliteitssparen stelt deelnemers in staat om fiscaal voordelig te sparen in de vorm van (a) de spaarrekening, (b) de spaarverzekering of (c) het spaarrecht van deelneming, die vergelijkbaar zijn met de spaarvormen onder de huidige levensloopregeling. Bij vitaliteitssparen zijn de stortingen fiscaal aftrekbaar in box I en wordt pas belasting geheven bij de opname van het tegoed. Het (forfaitaire) rendement over het opgebouwde tegoed wordt niet belast in box III. Het maximaal fiscaal gefacilieerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal € 20.000 (bruto). Daarnaast geldt er een jaarlijkse aftrekbare maximuminleg van € 5.000. Anders dan bij de levensloopregeling is de aanwending van een vitaliteitsspaartegoed niet beperkt tot bepaalde doelen en is de opgebouwde voorziening in beginsel vrij opneembaar. Tot en met 61 jaar is er ook geen beperking met betrekking tot het op te nemen bedrag. Vanaf het jaar dat een deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, geldt een beperking van het maximaal jaarlijks op te nemen bedrag van € 10.000.

 

Afschaffing levensloopregeling per 2012

De levensloopregeling wordt per 2012 afgeschaft. Er komt overgangsrecht dat opgebouwde rechten in de levensloopregeling zoveel mogelijk eerbiedigt. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Vanaf 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Deze deelnemers kunnen hun levenslooptegoed in 2013 geruisloos omzetten in vitaliteitssparen. Daarmee vervalt de mogelijkheid aan levensloop deel te nemen. Naast de levensloopregeling kan niet gelijkertijd worden deelgenomen aan vitaliteitssparen.

 

Afschaffing spaarloonregeling per 2012

De spaarloonregeling wordt per 2012 afgeschaft. De opgebouwde rechten worden geëerbiedigd. Het opgebouwde vermogen kan in 2013 in beginsel zonder fiscale gevolgen worden opgenomen, maar de deelnemers die hun tegoed laten staan en zich aan de voorwaarden van de spaarloonregeling houden, kunnen op grond van de overgangsregeling gebruik blijven maken van de vrijstelling voor spaarloon in box III. In dat geval wordt het tegoed jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven. Ook blijven de huidige deblokkeringsmogelijkheden bestaan. In 2016 zal de spaarloonregeling uitgewerkt zijn. Dan zal ook de overgangsbepaling vervallen.

6. Verruiming partnercriteria voor samengestelde gezinnen

Aan de bestaande partnercriteria wordt een nieuw criterium toegevoegd op grond waarvan ongehuwd samenwonenden ook als partners worden aangemerkt als zij samen met een minderjarig kind van een van beiden op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven. Hiermee wordt voorkomen dat ongehuwd samenwonenden die kinderen in hun gezin hebben uit een andere relatie, de zogenoemde "samengestelde gezinnen", een groot voordeel genieten ten opzichte van andere gezinnen met kinderen als niet aan één van de bestaande partnercriteria wordt voldaan. Er wordt een tegenbewijsregeling opgenomen voor de situatie waarin sprake is van (onder)huur.

7. Verlaging drempel aftrek scholingsuitgaven

Om scholing extra te stimuleren wordt de drempel voor aftrek van scholingsuitgaven in box I verlaagd naar € 250.

8. Kindregelingen

De fiscale kindregelingen worden als volgt aangepast:

  • De aftrek van levensonderhoud voor kinderen waarvoor geen kinderbijslag of studiefinanciering wordt genoten, wordt versoberd door een verlaging van de leeftijdsgrens van 30 jaar naar 21 jaar.
  • Met betrekking tot het inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting blijft de leeftijdsgrens van het jongste kind op jonger dan 16 jaar gehandhaafd. Met betrekking tot het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt de leeftijdsgrens van het jongste kind van jonger dan 27 jaar verlaagd naar jonger dan 12 jaar. Het recht op het niet-inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting wordt voortaan toegekend op basis van de leeftijd van het jongste kind.
  • De uitzonderingen op de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting uit de inkomstenbelasting (IB) aan de minstverdienende partner voor gezinnen met kinderen tot 6 jaar en voor belastingplichtigen geboren voor 1 januari 1972, wordt in drie stappen afgebouwd in de jaren 2012 tot en met 2014.
  • De kindertoeslag in box III wordt afgeschaft.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt gewijzigd.
  • Bij de aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten wordt de leeftijdsgrens van 27 jaar en ouder verruimd naar 21 jaar en ouder.

 

9. Verduidelijking afdrachtvermindering onderwijs bbl

De toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs voor de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) wordt verduidelijkt in de situatie dat de inhoudingsplichtige niet tevens het erkende leerbedrijf is waar de bbl-deelnemer zijn praktijkervaring opdoet. In dat geval kan de inhoudingsplichtige alleen gebruik maken van de afdrachtvermindering onderwijs voor bbl als er een overeenkomst van opdracht bestaat tussen de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf waarin onder meer is vastgelegd dat het voordeel van de afdrachtvermindering toekomt aan het leerbedrijf.

 

10. Vereenvoudiging gegevensverkeer met inhoudingsplichtigen

De wet- en regelgeving met betrekking tot het gegevensverkeer tussen inhoudingsplichtigen en de Belastingdienst wordt vereenvoudigd:

  • De noodzaak voor een eenduidige loonaangifte is vervallen. De mogelijkheid voor zogeheten "loon-over"-werkgevers om aan te sluiten bij de bestaande loonadministratiepraktijk krijgt een structureel karakter. De inhoudingsplichtige kan bij correcties op het loon met terugwerkende kracht binnen een kalenderjaar de gebruikelijk door hem gevolgde verwerkingswijze blijven volgen. Het loon mag worden toegerekend aan het tijdvak of de tijdvakken waarop dat loon betrekking heeft en wordt geacht in het tijdvak of die tijdvakken waaraan het wordt toegerekend, te zijn genoten.
  • De huidige tijdelijke regeling voor de uitvraag van jaarloongegevens wordt vereenvoudigd. Bij ministeriële regeling wordt vastgelegd welke gegevens de inspecteur alsnog kan uitvragen.

 

11. Actieve informatieverplichting

De belastingplichtige wordt verplicht uit eigen beweging onjuistheden of onvolledigheden aan de inspecteur te melden zodra dat hem bekend is of wordt. Daarbij wordt in eerste instantie gedacht aan de volgende vier gevallen: de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto, de verklaring "geen privégebruik auto", zogenoemde Edelweissituaties (zie ook hierna onder 4.) en suppleties van BTW. In plaats van het treffen van een afzonderlijke regeling voor elk van deze gevallen wordt in artikel 10a van de AWR een algemene delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige in bepaalde gevallen kan worden verplicht uit eigen beweging de inspecteur van onjuistheden of onvolledigheden mededeling te doen zodra hij met die onjuistheden of onvolledigheden bekend is of wordt, en wanneer en hoe de belastingplichtige deze mededeling moet doen. Het niet-nakomen van de informatieverplichting of van de voorschriften kan worden beboet met een vergrijpboete van maximaal 100% van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet-nakomen van de informatieverplichting niet is of niet zou zijn geheven.

 

12. EIA/MIA/VAMIL-meldingen volledig digitaal

Met ingang van 2012 zullen de EIA/MIA/VAMIL-meldingen volledig digitaal plaatsvinden. Daarmee wordt de gehele aanvraag van deze regelingen ondergebracht in het E-loket van het AgentschapNL.

 

13. Wet belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM)

Vergunning aangifte per tijdvak

Ondernemers die regelmatig voor een ander om een kenteken vragen, kunnen op verzoek in aanmerking komen voor een vergunning om de BPM achteraf per tijdvak te voldoen. Deze vereenvoudigde aangifteregeling leent zich niet zonder meer voor een individuele waardering van een geïmporteerde gebruikte auto. In de Uitvoeringsregeling BPM zal worden opgenomen dat de inspecteur aan de vergunning nadere voorwaarden en beperkingen kan stellen. De vergunning kan daarbij voor gebruikte auto's beperkt worden tot auto's waarvoor aangifte wordt gedaan met toepassing van de forfaitaire afschrijvingstabel.

 

Buitenlandse leaseauto's

In de uitvoeringssfeer is reeds goedgekeurd, dat voor een in andere EU-lidstaat of EER-staat geregistreerde leaseauto onder voorwaarden al direct bij de aangifte BPM de teruggaaf bij export wordt verrekend en per saldo alleen de BPM hoeft te worden betaald die betrekking heeft op de gebruiksperiode in Nederland. Deze goedkeuring wordt in de Wet BPM opgenomen. De maximale overeengekomen huurperiode waarbij de regeling kan worden toegepast, is vier jaar. Bij een wijziging van de overeengekomen huurperiode, of als niet langer aan de voorwaarden voor verrekening wordt voldaan, wordt de verrekende teruggaaf herzien.

 

14. Bijtelling loon- en inkomstenbelasting

  • Tot 1 juli 2012 blijven de huidige CO2-grenzen voor het 14%-bijtellingspercentage en het 20%-bijtellingspercentage van toepassing. Deze grenzen worden jaarlijks per 1 januari neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015:

 

Bijtelling LB/IB afhankelijk van CO2-uitstoot 2011-2015 (in gr/km):

Benzine

2012, 1 januari

2012, 1 juli

2013

2014

2015

14%-bijtelling

< 111

< 103

< 96

< 89

< 83

20%-bijtelling

111-140

103-132

96-124

89-117

83-110

25% bijtelling

> 140

>132

>124

>117

>110

Diesel

14%-bijtelling

< 96

< 92

< 89

< 86

< 83

20%-bijtelling

96-116

92-114

89-112

86-111

83-110

25%-bijtelling

> 116

> 114

>112

> 111

> 110

 

  • Auto's houden een verlaagd bijtellingspercentage voor een periode van 60 maanden (de gebruikelijke leaseperiode), rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Aan het eind van een periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.
  • Voor auto's waarvan het kenteken voor 1 juli 2012 voor de eerste maal op naam is gesteld en die auto al voor 1 juli 2012 en ook daarna aan dezelfde belastingplichtige ter beschikking staat, blijft de verlaging van de bijtelling van voor de aanscherping van de CO2-uitstootgrenzen op 1 juli 2012 van toepassing. Ook als het kenteken van een auto al voor 1 juli 2012 op naam van de eigenaar staat en de auto op of na 1 juli 2012 voor het eerst aan de belastingplichtige ter beschikking staat, blijft de verlaging van de bijtelling behouden zoals die geldt op 30 juni 2012. Indien het kenteken van een auto die voor het eerst op naam is gesteld voor 1 juli 2012, op of na 1 juli 2012 op naam van een nieuwe eigenaar wordt gesteld, wordt ervan uitgegaan dat de auto vanaf de dag dat het kenteken voor het eerst op naam is gesteld onder de regeling viel zoals die geldt voor auto's waarvan het kenteken voor het eerst op naam is gesteld na 30 juni 2012. Een eigendomsoverdracht van een auto die aan een belastingplichtige ter beschikking staat, heeft geen gevolgen voor de verlaging van de bijtelling zolang die auto aan de betreffende belastingplichtige ter beschikking staat.
  • Voor personenauto's met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2012 tot en met 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende een periode van 60 maanden een bijtellingspercentage van nihil.
  • Voor auto's waarvan het kenteken vóór 1 januari 2012 voor het eerst op naam is gesteld en die een C02-uitstoot hebben van 0 gr/km is tot 1 januari 2017 een bijtelling van 0% van toepassing.

 

15. Bijtelling LB/IB bestelauto's

  • De verklaring dat een bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, wordt met ingang van 1 januari 2012 ingevoerd. Met deze (gezamenlijke) verklaring kan worden aangegeven dat met de bestelauto niet privé wordt gereden. De Belastingdienst zal hiervoor een digitaal formulier ter beschikking stellen. De ondernemer kan de rittenregistratie achterwege laten als hij van de inspecteur een ontvangstbevestiging van de verklaring heeft ontvangen.

 

16. Btw-heffing privégebruik auto van de zaak

  • Een auto die kosteloos in gebruik wordt gegeven voor privédoeleinden, waaronder woon-werkverkeer, is vanaf 1 juli 2011 voor de btw belast als een fictieve dienst naar het werkelijke privégebruik. Dit is al geregeld door aanpassingen in de Uitvoeringsbeschikking OB en in het Besluit uitsluiting aftrek OB (BUA). De voor de fictieve dienst verschuldigde btw kan worden berekend via een forfait, dat op jaarbasis 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM) bedraagt. Een voorstel tot goedkeuring van de wijziging in het BUA is in het wetsvoorstel opgenomen.
  • Met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2011 wordt ook een regeling opgenomen voor de gevallen waarin een auto niet kosteloos in gebruik is genomen, maar tegen een lagere vergoeding dan de zogenoemde normale waarde. In dat geval wordt de grondslag voor de btw-heffing verhoogd naar de normale waarde. In een beleidsbesluit zal worden goedgekeurd dat in deze situatie het forfait van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en BPM) mag worden toegepast.

 

 

Bron vermelding: Register Belastingadviseurs

 
Tips voor Algemene Voorwaarden
| Afdrukken |

Om conflicten te voorkomen is het gebruik van Algemene Voorwaarden absoluut aan te raden. Dat zijn uw standaard voorwaarden die gelden bij uw offertes, overeenkomsten en dienstverlening. Er zijn alleen wel voorwaarden die wordt gesteld aan úw Algemene Voorwaarden. Daarom de belangrijkste tips op een rijtje.
Bij het gebruik van algemene voorwaarden stelt de wet bijvoorbeeld twee belangrijke eisen: ze mogen niet onredelijk zijn en u moet uw klant de mogelijkheid bieden de voorwaarden te kennen, door ze ter hand te stellen.

1) Wat zijn algemene voorwaarden
Als we het hebben over algemene voorwaarden, moet u denken aan bijvoorbeeld afspraken over leveringsvoorwaarden en levertijd, regels over (te late) betaling, aansprakelijkheid en garanties. Op BusinessCompleet.nl staan overigens 2 gratis voorbeelden van Algemene Voorwaarden.

2) Het nut van algemene voorwaarden
Algemene voorwaarden zijn heel nuttig, zowel voor u als voor de klant. Als u namelijk algemene voorwaarden gebruikt voor uw overeenkomsten, dan is het voor klanten direct duidelijk onder welke condities u levert, betaalt, verkoopt of inkoopt. Algemene voorwaarden helpen conflicten te voorkomen, omdat de wederzijdse rechten en plichten zijn vastgelegd.

3) Wettelijke eisen aan algemene voorwaarden
De wet stelt twee eisen bij het gebruik van algemene voorwaarden:
De voorwaarden mogen niet onredelijk bezwarend zijn voor de wederpartij.
U moet de wederpartij de mogelijkheid bieden de voorwaarden te kennen (informatieplicht).
4) Zwarte en grijze lijst
Om te voorkomen dat u voorwaarden opneemt die onredelijk zijn is er een zwarte en grijze lijst opgesteld. De zwarte lijst bevat bepalingen die verboden zijn. In de grijze lijst staan bepalingen die zich bewegen op de grens van het onredelijke. Bij de grijze lijst moet u zelf kunnen aantonen dat het gebruik (in uw geval) niet onredelijk is.

5) Algemene voorwaarden per branche
Het is belangrijk dat uw algemene voorwaarden nauw aansluiten bij de praktijk binnen uw bedrijf of branche. Er zijn algemene voorwaarden voor allerlei verschillende branches beschikbaar. Bijvoorbeeld voor de Doe het Zelfbranche, voor Makelaars en Thuiswinkels. De voorwaarden voor die verschillende branches zijn beschikbaar (voor leden van de brancheorganisaties) op de website van de SER.

6) Levering aan consumenten
Vaak levert een bedrijf aan consumenten en aan niet-consumenten. Dan is het wel verstandig om aandacht aan dit verschil te besteden bij het opstellen van de algemene voorwaarden. De wet biedt consumenten namelijk meer bescherming dan niet-consumenten. Vraag bij twijfel altijd een jurist om raad.

7) Levering aan niet-consumenten
Ook hier is het belangrijk dat de algemene voorwaarden aansluiten bij uw bedrijf en/of uw branche. En ook hier geldt dat veel brancheorganisaties algemene voorwaarden hebben opgesteld die zijn toegespitst op wat binnen de branche gebruikelijk is. Als u daarnaast ook nog eens diensten levert, is het raadzaam om met deze verschillende activiteiten rekening te houden bij het opstellen van uw algemene voorwaarden.

8) Algemene voorwaarden voor dienstverlening
Bij algemene voorwaarden voor dienstverlening is het gebruikelijk om extra aandacht te besteden aan garantie en aansprakelijkheid. Ook hier hebben veel brancheorganisaties al specifieke algemene voorwaarden opgesteld. U hoeft dus niet het wiel opnieuw uit te vinden.

9) Controle
Maar er is meer: u heeft informatieplicht en er zijn regels voor de toepassing en het deponeren van de algemene voorwaarden. Het lijkt een open deur, maar het is altijd verstandig om uw algemene voorwaarden te laten controleren door een juridisch adviseur. Vooral omdat veel ondernemers met hun Algemene Voorwaarden soms passages opnemen die (in onredelijke mate) niet in het belang van hun klant zijn. Zie hiervoor ook de zwarte en grijze lijst.

10) Informatieplicht
U heeft de plicht om de andere partij een redelijke mogelijkheid te bieden om vóóraf kennis te nemen van uw algemene voorwaarden. U kunt op verschillende manieren aan de informatieplicht voldoen, bijvoorbeeld door de algemene voorwaarden te overhandigen aan de wederpartij, vooraf toe te zenden en/of op de achterzijde van een contract/offerte af te drukken. Op de voorzijde moet dan wel nadrukkelijk verwezen worden naar de voorwaarden op de achterzijde. Voor ondernemers die zakendoen via internet, postorder of telefoon zijn extra regels (koop op afstand).

11) Toepassing van de algemene voorwaarden
Wat gebeurt er nu als twee partijen algemene voorwaarden hanteren bij een overeenkomst? Dan is de richtlijn dat de voorwaarden gelden die het eerst van toepassing zijn verklaard. Ook kan het voorkomen dat een detaillist de voorwaarden van de zwarte en grijze lijst niet mag hanteren tegenover zijn klanten (consumenten), terwijl zijn leverancier deze wel aan hem oplegt. Voor deze gevallen is er ook een regeling opgenomen in de wet. En bent u ondernemer in bijvoorbeeld de detailhandel en horeca, dan heeft u te maken met veel klanten. Dan kunt u goed zichtbaar een bord met algemene voorwaarden plaatsen.

12) Deponeren van algemene voorwaarden
Deponeren van algemene voorwaarden bij de KvK en/of de rechtbank is niet verplicht, maar kan handig zijn. Het kan handig zijn als bewijs bij een meningsverschil. Het deponeren van algemene voorwaarden bij de KvK kost 18 euro (per gedeponeerde voorwaarde) per kalenderjaar.

13) Wijzigingen van uw Voorwaarden
Als u aanpassingen doorvoert in uw Algemene Voorwaarden die van invloed zijn op de aard van de overeenkomst die u met uw klant heeft afgesloten, dan moet uw klant nadrukkelijk akkoord gaan met de nieuwe versie. Tot die tijd zijn de oude voorwaarden van toepassing.

 


Pagina 1 van 4